zondag 31 januari 2021

 

DE STIENEN MAN OFWEL DE STENEN MAN

"Waar de Stenen man zijn ogen laat gaan over veld en strand." Het zijn bekende regels uit her ruim honderd jaar oude lied "It Heitelan" (Het Vaderland) van Jan van der Burg. De hier geciteerde versregels hebben betrekking op het standbeeld van Caspar di (ook wel de) Robles. Een intieme vriend van Philips II, die de Nederlanden, waaronder Friesland, via vererving had verworven. Deze edelman en legeraanvoerder leefde van 1527 tot 1585 en hij werd in 1568 stadhouder van het noorden en was dus een vijand en bezetter, omdat hij aan Spaanse kant vocht in de vrijheidsoorlog van de Nederlandse Republiek. Toch heeft hij een standbeeld gekregen en tot op heden behouden.
Toen de Allerheiligenvloed van 1 november grote dijkdoorbraken tot gevolg had en veel slachtoffers maakte, greep hij op krachtige wijze in. Hij dwong de halsstarrige bevolking de handen uit de mouwen te steken bij de verbetering van de zeedijken. Er was al lange tijd geen onderhoud gepleegd.
Caspar de Robles nam ook het initiatief voor het graven van het Kolonelsdiep, dat in het Fries werd verbasterd tot 'Knillesdjip'. Dat water loopt van het Bergumermeer naar het Oosten en is tegenwoordig onderdeel van het Prinses Margrietkamaal en het van Starkenborghkanaal. Aan het 'Knillesdjip' ligt Kloostertille. Met de Caspar di Roblesstraat in dat industriedorp wordt de naam, net als in Harlingen, van de initiatiefnemer van deze nog altijd belangrijke waterloop in ere gehouden.
De Spaanse stadhouder was van Portugese komaf en stamde uit het dorp Robles, maar werd aan het Spaanse hof opgevoed en opgeleid om over de gewonnen gebieden te heersen. Hij heeft het hier maar kort voor het zeggen gehad. Na de Pacificatie van Gent in 1576 was zijn rol hier uitgespeeld. In 1585 sneuvelt Caspar de Robles tijdens de belegering van Antwerpen.
Maar al eeuwen staat dit monument met zijn dubbelporter op de zeedijk bij Harlingen. Het is in de loop der tijd vernieuwd en verplaatst, in verband met de regelmatige dijkverhogingen. Een dubbelporter werd ook wel een Januskop genoemd, die naar twee zijden uitkeek. Janus was een Romeinse godheid; bewaker van grenzen en kruisingen.

Leuk
Opmerking plaatsen

donderdag 28 januari 2021

 HET IS ALTIJD ANDERS ALS JE DENKT

DE MARATHON
De marathon is een hardloopwedstrijd over een afstand van 42 kilometer en 195 meter (26 miles, 385 yards) en werd voor de eerste maal gelopen tijdens de Olympische Spelen van 1896 in Athene; het begin van de moderne Olympische traditie.
De marathon herinnert ons aan de Griekse hardloper/koerier Pheipippides. Deze bracht hardlopend het bericht van de overwinning van de Grieken op de Perzen bij Marathon, naar de angstig afwachtende Atheense burgers. Hij stierf kort na aankomst door uitputting.
De afstand van Marathon naar Athene is 36.75 kilometer. Bij de eerste Olympische Spelen was de marathonloop 40 kilometer lang. Bij de Olympische Spelen in Londen (1908) was men van plan om een parcours van precies 26 mijl aan te leggen, tussen Buckingham Palace en het Olympisch stadion. Onder druk van het Koninklijk Huis werd de afstand verlengd met 385 yards. Hierdoor kwam de finish precies voor de Koninklijke Loge te liggen. In 1924, tijdens de Olympische Spelen van Parijs, werd de afstand die in Londen was gelopen, als de officieel afstand voor de marathon vastgelegd.
Terugkomend op de eerste marathonloper. Hij werkte als lange afstandskoerier voor de Griekse legerleiding. Dat hij van uitputting stierf was niet verwonderlijk. Hij was voorafgaand aan de slag naar Sparta gerend om om steun te vragen. Die kwam niet omdat de Spartanen een religieus feest vierden. De koerier maakte onmiddellijk rechtsomkeert om deze boodschap naar Marathon over te brengen. Toen hij terugkeerde in het Griekse legerkamp, was de strijd gestreden en de Perzen verslagen. Pheipippides werd direct doorgestuurd naar Athene, om, na mededeling van de overwinning te hebben gedaan, op de trappen van de Acropolis de laatste adem uit te blazen.
Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en de tekst 'a ABBOTT TAG GEUER TAGHeuer MARATHON MAJORS 2019 VIRGIN MONEY LONDON MARATHON new balance KIPCHOGE LCON HLLITAAU'
Leuk
Opmerking plaatsen

 OVEREENKOMENDE PLAATSNAMEN


In Friesland hebben nogal wat dorpen bijna of precies dezelfde namen als Groninger plaatsen. Dat er daar ook een Winsum is, weet bijna iedereen. Dat veel kaartjes voor de paardenredsters uit Marrum naar Marum (Gr.) gingen is ook bekend. Maar die plaatsen zijn slechts het topje van de ijsberg. Ruim dertig Friese en Groningse plaatsen hebben min of meer dezelfde naam. Zo is in beide provincies een Aalsum en De Jouwer te vinden. Wierum heeft een naamgenoot en Wirdum, Zevenhuizen en Rottum idem. En wat te denken van de Groninger plaatsen Hellum, Oostum, Marsum, Englum, Helwerd en Valom? Welke redenen liggen ten grondlag aan deze overeenkomsten.

Allereerst was het Friese taalgebied ten tijde van de Romeinen en daarna veel groter. Het liep van het Zwin in België tot aan Denemarken. Ook worden plaatsnamen vernoemd naar plaatselijke eigenaardigheden (water, landschap e.d.) en het landschap was in beide provincies vergelijkbaar. Na het verdwijnen van de Romeinen en de daarop volgende volksverhuizingen zouden de "proto-Friezen" naar het zuiden zijn getrokken, omdat de barriëre, die de Romeinse grensverdediging vormde, was verdwenen. Pas een eeuw later vestigen Germaanse stammen zich op Fries gebied, dat echter zeer zeker niet verlaten was. In deze periode ontstaan plaatsnamen, die van Germaanse oorsprong zijn en die een vast patroon vormen. Het eerste lid bestond uit de naam van een vooraanstaand lid van de clan. Zo komt Engelum van de voornaam Engel, Aalsum van Ale en Leeuw van Liewe. Ook landschappelijke kenmerken kunnen het eerste deel van de naam vormen. Zo verwijst Marrum naar zee en Wierum naar terp (wierde, warde).

Het tweede gedeelte van de naam bracht de aard van de nederzetting in beeld. Voor erf werd vaak de term heim gebruikt, die in plaatsnamen vaak terugkomt als -um. Ook terpen kwamen in het tweede deel van de plaatsnaam voor. De uitgang werd dan werd-, ward (Leeuwarden), van wierde. Wierum is in dat opzicht dubbel geografisch. Het betekent letterlijk: erf op een terp. In de naam Harlingen vinden we de Germaanse uitgang linggi terug. Dit betekent " behorende tot". Behorende aan Harald? Het was in die tijd niet ongewoon, dat plunderende Noormannen land in leen werd gegeven (Wieringen). Almenum kan de betekenis hebben van met bomen begroeide hoogte/erf. (Bron: Leeuwarder Courant)
Kor de Vries
Leuk
Opmerking plaatsen

woensdag 27 januari 2021

 DE AFSLUITDIJK

De Afsluitdijk is de waterkering tussen Noord-Holland en Friesland, die het IJsselmeer afsluit van de Waddenzee. Hieraan ontleent de dam zijn naam. De Afsluitdijk is belangrijk om Nederland tegen overstromingen te beschermen.
De Afsluitdijk is een onderdeel van de Zuiderzeewerken. In 1927 werd begonnen met de aanleg. In 1932 werd het laatste sluitgat, de Vlieter, gesloten. Een jaar later werd de dijk opengesteld voor het wegverkeer. Op de plaats waar de Afsluitdijk werd gedicht, werd een monument opgericht, het Vlietermonument. De Afsluitdijk werd vanuit Noord-Holland en Friesland tegelijkertijd aangelegd. Toen de dijk werd gesloten bleek dat vanaf de Friese kant 11/2 kilometer meer was aangelegd.
HARLINGEN was nu per vrachtauto vanuit Holland te bereiken. Het was nu niet meer de "Poort van Friesland", maar een transito punt geworden, dat langzaam aan economische bedrijvigheid inboette. Overslag naar kleinere schepen en de aanvoer voor export van vee en goederen verdween, zeker toen de Tjerk Hiddesz-sluizen werden aangelegd. Vrachtschepen lieten Harlingen links liggen.
Ook voor de Harlinger visserij was het einde nabij. Haringen konden hun paai-gronden in de Zuiderzee niet meer bereiken. De Afsluitdijk was een aantal jaren bedekt met haring, tot de vis verdween. Dat gold ook voor de zalm. In de 19e en begin 20e eeuw was zalm volksvoedsel. Omgekeerd kon de paling het open water van de zee niet meer bereiken om naar de Sargassozee te zwemmen om te paaien. Het aantal palingen in het IJsselmeer daalt en moet kunstmatig worden aangevuld.
Een ecologisch systeem werd ontwricht en stortte als een kaartenhuis in elkaar. De planners van de Afsluitdijk hadden hier niet bij stilgestaan, toch was het enthousiasme bij de bevolking bij voltooiing groot.
Dat blijkt uit de tekst op de bronzen plaquette, te zien aan de Raadhuistoren van Harlingen.
De gevolgen voor de visstand waren echter groot. De Zuiderzeeharing verdween volledig, evenals de zalm. De paling kon de Waddenzee niet meer bereiken, waardoor er geen verjonging meer plaatsvond. Glasaaltjes kwamen voor een gesloten deur. Oplossingen werden gezocht in het uitzetten van jonge paling en zeeforel. Maar er gloort nu hoop. Ten westen van het kazemattenmuseum is dit jaar een graafmachine begonnen met de aanleg van een rivier onder de Afsluitdijk. Deze vismigratierivier moet weer leven brengen in het IJsselmeer. De aanleg, een uniek project, kost 55 miljoen euro en moet op termijn zorgen voor een levensvatbare beroepsvisserij,

VLIETERMONUMENT
Kan een afbeelding zijn van monument
Leuk
Opmerking plaatsen

dinsdag 26 januari 2021

 ALMENUM, AL DUIZENDEN JAREN BEWOOND

Het landschap in en om Harlingen heeft in de afgelopen tienduizenden jaar veel veranderingen ondergaan. Zo lag Almenum niet altijd aan zee, maar wel altijd aan water en het lag ooit onder de rook van een actieve vulkaan. Gelukkig voor ons ligt deze nu bedolven onder drie kilometer zand, slib en klei; halverwege Harlingen en Vlieland. Warm water en gas, dat zo her en der in Friesland wordt opgepompt, wijst op een vulkanisch verleden. Maar dit ligt ver achter ons. Miljoenen jaren geleden is de Waddenvulkaan geïmplodeerd en onder de zeespiegel verdwenen. Vlieland en Terschelling zijn er de restanten van. Maar is ook een tijd geweest (7 – 10000 jaar geleden), dat de Waddenzee en een groot gedeelte van de Noordzee land waren; toendra waar mammoeten en edelherten rondzwierven. Almenum was een logische plek om als uitkijkpost te dienen voor de jagersgroepen en later, toen het klimaat verbeterde, als permanente woonplaats. Almenum bezat bronnen en lag, in vergelijking tot de omgeving, hoog en droog. Verhogingen in het landschap waren gemakkelijker te beschermen en waren natuurlijke knooppunten van (water)wegen. In voor-christelijke tijden was Almenum een belangrijk heidens heiligdom en werd door pelgrims bezocht. Deze zochten hierhun heil bij sjamanen, genezers en toekomstvoorspellers. Almenum was “de facto”een eiland. Een aantal van deze waterlopen zijn gedempt, zoals de Heilige weg. Op de berg hebben heilige bomen gestaan, gewijde runderen gegraasd tussen de houten afgodsbeelden en de simpele verblijven van priesters, monniken en dienaren. Er moet een haven zijn geweest en overslag en opslag van goederen heefter plaatsgevonden. Vissers en handelaren zouden Almenum aan doen, zeker voor de festivals van de Zonnewende. Voor de festivalseizoenenwaren er logementen en herbergen. Ambachtslieden zullen hun diensten aangeboden hebben .Almenum, van voor de kerstening in 777, was een spirituele micro-kosmos; een weerspiegeling van het latere Harlingen, dat Almenum annexeerde en overheerste, maar er wel ter kerke ging.

uit plattegrond van Harlingen (1664)
Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Leuk
Opmerking plaatsen