woensdag 26 december 2018


DE KERMIS VAN HARLINGEN IN DE 19E EEUW



De belangrijkste festiviteit in een regio of stad. Vaak gekoppeld aan markten, maar toen de behoefte aan afleiding en vermaak toenam en de mensen rijker werden, werden ze zelfstandig georganiseerd. In Harlingen koos de magistratuur, die tegen deze bron van losbandigheid, maar ook onrust en geweld, voor de eerste 5 dagen van juni. Het zou dan vaker regenen. In werkelijk was de reden economisch. Eind mei werd er kermisgeld (vakantiegeld) uitgekeerd. En zelfs de armste bevolkingsgroepen beschikten over geld. Het was een confrontatie van een exotische en magische wereld met de besloten vestingstad.

Exotische dieren, Moorse krijgers, donkerharige waarzegsters en berendompteurs van de Balkan deden Harlingen aan. Boeren uit de omgeving, de dorpen en zelfs inwoners van Franeker en Bolsward werden erdoor aangetrokken.

Behalve de kermisattracties werden er gehouden, die door de kroegen en herbergen werden georganiseerd: paardenraces, later zelfs tussen paard en fiets (begin 20e eeuw en naar verluid gewonnen door de fietser), loterijen, kegelen en klootschieten. Daarbij vloeide de jenever rijkelijk. Met een oppervlakte van 3 km2 en rond de 8000 inwoners, had Harlingen maar liefst 70 tappunten, waar drank werd geschonken. Vooral jenever. Enkele Harlinger ondernemers werden er schatrijk door.

Dit overmatige drankgebruik mondden vaak uit in gruwelijke “spellen”. Palingtrekken: een levende paling werd boven een vaart gehangen, waarna vaargasten ze probeerden los te trekken. De winnaar had een gratis maal. In Amsterdam leidde palingtrekken tot een volksoproer. Favoriet was ook het geblinddoekt kapot slaan van aardewerk. Men deed aan katknuppelen, door een kat in een ton te doen en het met stokken kapot te gooien, maar bond ook de kat letterlijk de bel aan. Met een bel aan de staart werd het dier door de wijk gejaagd.

Maar hoogtepunt van vermaak was het rotjesbrand. Levende ratten werden omwikkeld met brandbaar materiaal en gedrenkt in olie. In brand gestoken joeg men de wanhopige dieren door de stegen.

Aan deze gruwelijke bezigheid hebben wij het woord “rotje” te danken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten