woensdag 14 december 2016


DE GESCHIEDENIS VAN HARLINGEN
VLUCHTELINGEN
De eerste maal, dat Harlingen met grote groepen vluchtelingen werd geconfronteerd, was in de 13e eeuw. Toen werd de stad Grijn ('t Griend) door een extreme vloed verzwolgen en onbewoonbaar gemaakt. Wat er heden ten dage van resteert is een vogelparadijs, mensen wonen er niet meer.
De tweede maal dat vluchtelingen hun heil in deze streken zochten, was na de verovering van Antwerpen door de Spanjaarden tijdens de 80-jarige oorlog. De belegering begon in 1584 en eindigde een jaar later. Vele protestanten, handelaren, geleerden, handwerkers en kooplui, vluchtten naar de Noordelijke Nederlanden. Onder hen waren vele doopsgezinden, waarvan er relatief veel in Harlingen terecht kwamen. Zij vormden in latere tijden een belangrijke groep in de stad. Bekend is de naam Roorda. Deze familie leverde twee burgemeesters en was ook in de handel actief.
De derde maal dat Harlingen vluchtelingen moest opvangen was in 1666.
Op 20 augustus van dat jaar liep de Harlinger bevolking uit omdat er een grote brand zou zijn uitgebroken op West-Terschelling. Later beek dat de Engelsen, waarmee de Nederlanden op dat moment in oorlog waren, Terschelling en Vlieland waren binnengevallen en ruim 100 koopvaardijschepen in brand hadden gestoken. 's Middags kwamen kagen, galjoten en allerlei andere boten, alle met talrijke vrouwen en kinderen aan boord, die in ellendige toestand verkeerden, zonder kleren, zonder have. Het waren de vlchtelingen van Vlieland en Terschelling “die het toneel van den oorlog waren ontvloden”.
(Uit: Harlingen's Historie, door dr. Ferwerda, 1934)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten