zaterdag 21 november 2020

 

Koning Friso, de mythische stamvader der Friezen; een oorsprongsmythe.

Er zijn in de loop der eeuwen veel verhalen verschenen over de mythische koning Friso. Hij wordt beschouwd als de stamvader van het Friese volk. Zowel het land ‘Friesland’ als het volk ‘de Friezen’ zouden hun namen aan deze koning hebben ontleend. Rond het jaar 320 voor Christus zou hij gekroond zijn tot eerste koning van Friesland. In werkelijkheid heeft koning Friso echter nooit bestaan.
DE MYTHE VAN KONING FRISO
EXODUS
In het verre India, bij de rivier de Ganges, lag ooit het rijk van koning Adel. Hij was een afstammeling van de Bijbelse figuur Sem (de oudste zoon van Noach). Op een gegeven moment raakte het rijk van koning Adel overbevolkt. Er braken hongersnood en conflicten uit. Hierop werd besloten dat een deel van het volk naar elders moest verhuizen. Middels loting werd bepaald welke families het koninkrijk moesten verlaten. Zij vertrokken met een grote groep boten, op zoek naar een nieuw land om in te wonen. Deze vloot stond onder leiding van drie zonen van de koning, de prinsen Friso, Saxo en Bruno.
ALEXANDER DE GROTE
Na diverse omzwervingen belandden ze in het rijk van de Macedonische koning Philippus II. Prins Saxo raakte er zeer geïnteresseerd in de Griekse filosofie. Hij was enige tijd een leerling van Plato en later van Aristoteles. Zijn broers Friso en Bruno sloten zich, samen met veel andere ballingen uit het land van Adel, aan bij het leger van de Macedonische koning. Friso raakte bevriend met de kroonprins, de latere Alexander de Grote. Toen die zijn vader opvolgde, werd Friso een belangrijke generaal in het leger. Friso speelde ook een hoofdrol bij de vele grote militaire successen van Alexander. Zijn succes zorgde echter voor rancune bij andere generaals.

In het jaar 323 voor Christus overleed Alexander de Grote. Een groep generaals nam de leiding in het rijk over, maar al snel ontstonden er grote conflicten tussen hen. Er brak een burgeroorlog uit. Friso en de overige ballingen uit het koninkrijk van Adel werden door diverse volksmenners aangewezen als zondebokken.
EEN NIEUWE EXODUS
Hierop besloten de broers Friso, Saxo en Bruno dat het tijd werd om hun volk te evacueren en opnieuw op zoek te gaan naar een nieuw land. De vloot van Friso en consorten reisde eerst richting het westen. Ze voeren aan de uiterste westkant van de Middellandse Zee tussen de 'Zuilen van Hercules' door (dit was in vroeger tijden de bijnaam van de zeestraat die later de naam Straat van Gibraltar kreeg). Op de Atlantische Oceaan voeren ze enige tijd noordwaarts, om vervolgens met een golfstroom mee wat meer richting het noordoosten te varen, richting de Noordzee. Na allerlei omzwervingen kwamen ze uiteindelijk aan in een bosrijk land aan de kust, waar geen mensen woonden.
DE GOD STAVO
Deze landing van Friso en consorten in de lage landen zou geschied zijn in het jaar 320 voor Christus. Nadat ze de streek rondom die plek hadden verkend, besloten ze om daar te blijven. Ze bouwden er een tempel voor een godheid die ze uit hun Indische jeugd kenden en die ze tijdens al hun omzwervingen fel waren blijven aanbidden: Stavo. Ze geloofden dat het aan die god te danken was, dat ze dit nieuwe land hadden gevonden. De nederzetting bij de tempel noemden ze ook naar hem: Stavoren.

Friso werd de koning van het nieuwe land. Hij bouwde zijn paleis nabij de tempel van Stavo. In de praktijk werd Stavoren de hoofdstad van het nieuwe rijk. Vanuit zijn residentie regeerde Friso zijn land 68 jaar. De benamingen van zijn volk en zijn land zijn afgeleid van de naam Friso: Friezen en Friesland.
SAKSEN, BRUNSWIJK EN GRONINGEN
In eerste instantie bleven ook Saxo en Bruno enige jaren in Stavoren wonen en zij speelden toen ook een belangrijke rol in de regering van het prille Friesland. Later gingen die broers echter hun eigen gang. Saxo vertrok oostwaarts, met in zijn kielzog een grote groep pioniers, om daar weer een nieuw land te stichten. Uit de volgelingen van Saxo is het naar hem vernoemde volk 'de Saksen' ontstaan.

Ook Bruno vertrok op een gegeven moment oostwaarts. Daar stichtte hij een stad die naar hem werd vernoemd: Brunswijk. In de 21e eeuw bestaat deze plaats nog steeds: de Duitse stad Braunschweig. Volgens diverse Friese legendes zou ook een kleinzoon van Friso nog een beroemde stad hebben gesticht. Gruno heette die kleinzoon en hij is de vermeende stichter van Groningen.
Friso met de Magnusvaan.
Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon
Leuk
Opmerking plaatsen

vrijdag 20 november 2020

 FRIEZEN EN VIKINGEN

De lichamen van moeder en dochter liggen achteloos op de grond. De skeletten lijken door wolven te zijn aangevreten. De deur van de hut is ingetrapt en het huisraad is kort en klein geslagen. Delen van lichamen liggen in het rond. Hier heeft een slachting plaatsgevonden. Het jaar is te dateren: 882, zoals in kerkelijke kronieken is beschreven. Toen overvielen de Noormannen Zutphen, de rijke Hanzestad, en plunderden de nederzetting. Met bovenbeschreven gevolgen, zoals bij een opgraving in het centrum van Zutphen zichtbaar werd. Deze Noormannen (of Vikingen; afkomstig uit Scandinavië, Denemarken en de Noorderlijke Frieslanden) en waren berucht om hun genadeloze rooftochten. Kloosters, kerken en steden werden geplunderd en gebrandschat, terwijl de monniken, priesters en burgers, die niet gevlucht waren, werden afgeslacht. Zoals in Zutphen gebeurde. Na de aanval herbouwden de overlevenden de behuizingen en legden een verdedigingswal aan. De Noormannen bleven daarna weg. De Frankische havenstad “Dorestad” echter, in de buurt van Tiel, werd acht keer geplunderd en in de 9e eeuw uiteindelijk niet meer opgebouwd.
De plundertochten begonnen eind van de 7e eeuw, met de aanval op het beroemde Noord-Engelse klooster Lindisfarne en reikten tot in Rusland (Moskou, Kiev), Constantinopel, Engeland, Ierland en Frankrijk. Kerken en kloosters waren een gemakkelijke prooi. De militaire tegenstand in Engeland en het vasteland werd na verloop van tijd groter. Vikingvorsten werden vermoord door de plaatselijke bevolking (Friesland) en in Engeland werden de Noormannen vernietigend verslagen. Wat er restte van de Vikingen, ging op in de plaatselijke bevolking en de adelstand (eind 10e eeuw). Het eiland Wieringen (West-Friesland) is zelfs verpacht aan een Vikingclan, die beloofden om de lokale Friezen te verdedigen tegen aanvallen van hun landgenoten. Hetzelfde gebeurde in de Betuwe.
De reizen naar het Westen, namen de plaats in van rooftochten in Europa. In 985 stichtten de Vikingen twee nederzettingen op Groenland, die het tot het jaar 1400 volhielden en enkele duizenden bewoners telden. Rond het jaar 1000 bereikte Leif Eriksson Noord-Amerika, dat hij “Wijnland” noemde, omdat er zoveel druiven groeiden. Aan de Canadese kust zijn restanten van Viking-bewoning gevonden. Het verblijf was slechts van korte duur. Rus was de naam voor de Vikingen, die Moskou en Kiev stichtten en die zelfs Constantinopel en de Kaspische Zee bereikten. In de Aya Sophia is nog Viking-graffiti te vinden.
“HASTAN WAS HERE”.
Ook in Friesland hebben de Noormannen een belangrijke rol gespeeld. Harlingen betekent “Harald linggi” (toebehorend aan Harald, waarschijnlijk een Viking-aanvoerder)) en verwijst naar de oorspronkelijke stichters van de stad, die met toestemming van de bewoners van de “berg” en de prelaten van de Michaelkerk ter bescherming ten westen van Almenum, als winterverblijf door de Noormannen werd gebruikt en uitgroeide tot een trotse stad.
Viering 750 jaar bestaan van de stad.
v
Afbeelding kan het volgende bevatten: boot, lucht, buiten en water
Leuk
Opmerking plaatsen

donderdag 19 november 2020

 

Het Wapen van Harlingen

Het Harlinger wapen is verdeeld in vier kwartieren. Op twee kwartieren staan 6 “fleur de lis” (Franse lelies). Op de andere staan 8 rode kruisen op wit (zilver). De Franse lelies zijn goudkleurig op rood (keel). Het schild wordt vastgehouden door een Friese leeuw.

De kleuren rood (heraldiek: keel) en wit (heraldiek: zilver), zijn de kleuren van de Roomse kerk, maar ook van de 1e Kruistocht. De Franse lelies zouden verwijzen naar de maagd Maria, de kruisen naar de aartsengel Michael, de patroon en beschermheer van Almenum en waar een kerk aan hem was gewijd, later van geheel Harlingen.

Bekijken we het wapenschild nauwkeurig, dan zijn de lelies overduidelijk. Harlinger traditie verbindt dit embleem met de maagd Maria. In de heraldiek is de fleur de lis een ornament. De aanwezigheid versterkt de andere afbeeldingen, in dit geval de 8 kruisen.

De rode kruisen hebben duidelijk een van het traditionele kruis, afwijkende vorm. Plaatselijk wordt beweerd, dat hiermee de kracht van de heilige Michael werd aangeduid. In werkelijk gaat het hier om het “Tempelieren-kruis”, een ridderorde, die tijdens de 1e Kruistocht ontstond en grote economische kracht bezat en, door dienstverleningen aan Europese vorsten, zeer welvarend werden. Het “hoofdkantoor” bevond zich in Parijs, maar de ridders hadden vestigingen, met personeel en bewakers, door heel Europa en waarschijnlijk ook in Harlingen, in verband met de economische groei alhier.

De Tempelieren kwamen uiteindelijk ten val (1307). Filips de Schone arresteerde de Franse Tempelridders en klaagde hen aan voor duivel-aanbidding, godslastering en sodomie.

De “Poor knights of Christ” stierven op de brandstapel, als laatste (1312), Jacques de Molay, “grandmaster” van de orde.

Filips dacht rijk te worden door de Tempelierenschat. Hij heeft echter niets kunnen vinden. Volgens de overlevering was de schat naar La Rochelle gebracht, de havenstad van de Tempelieren en daar op schepen geladen. Ongeveer 20 schepen verdwenen in de nacht, net als de mythische Tempelierenschat.

Tot zover de geschiedenis, blijft het Harlinger Wapen: verwijst het naar de aartsengel Michael of naar de Tempelieren?

Hetzelfde geldt voor de “fleur de lis” (Franse lelie). Een verwijzing naar de Maagd Maria of naar de Merovingers, een Franse dynastie uit de periode na het verdwijnen van de Romeinen uit deze contreien. Door het verslaan van de laatste Friese koning voegden zij de Frieslanden toe aan het Frankische rijk.

woensdag 18 november 2020

 

EEN KLEURRIJK HARLINGER RAADHUIS







Ik wil U vragen om op enig moment het Raadhuis eens goed te bekijken.


Het is een prachtig monumentaal bouwwerk, maar het is bleek en vaal. Daardoor heeft dit historische pand, niet de aandacht en uitstraling, die het verdient.

De bedoelingen van de oorspronkelijke architect komen volstrekt niet meer tot hun recht. De ornamentuur en het hoogwaardige houtsnijwerk blijven onzichtbaar. Diverse ramen zijn dichtgemetseld en verstoren de harmonie.

Hetzelfde geldt voor het ijzerwerk van de brug over de Noorderhaven. Hiervan worden het vakmanschap en de details met de witkwast weggepoetst.



Goed voorbeeld, doet goed volgen.

Meerdere panden aan de Noorderhaven lijden aan vertroostelozing, verwitting en verschraling. Het opknappen van ons Raadhuis zou stimulerend kunnen werken.


Het leven lijkt vaak vaal en grauw, daarom moeten we kleur aanbrengen waar het mogelijk is. Daar worden mensen vrolijk van.

 


het spaarzame Harlinger groen zou er wel bij varen als voor het onderhoud de motorzaag wordt afgeschaft

en

het onderhoud weer “met de hand” wordt uitgevoerd.


Daarvoor heb ik de volgende argumenten:


1. Er kan bij het gebruik van een motorzaag slechts grof en grootschalig gewerkt worden. Hierdoor treedt verschraling op.

2. Motorzagen produceren een oorverdovend lawaai en ze stoten CO2 uit.

3. Het gebruik is hinderlijk voor omwonenden maar ook voor vogels en kleine stadsdieren.

4. De arbeidsomstandigheden zijn erbarmelijk en gevaarlijk. Werk dient een verrijking van je leven te betekenen. Men werkt in het groen, zonder er contact mee te hebben.


Verzorging van groen behoeft een bepaalde attitude. Liefde voor de natuur is hier 1 van. Met het invoeren van handwerk is het contact hersteld en zal de verschraling worden gestopt en ontstaan kwaliteitsbanen. De natuur zal hier, na mijn stellige overtuiging, positief op reageren.

 HET WAPEN VAN HARLINGEN

In een eerder artikel over het stadswapen ben ik ingegaan op de tempelieren kruizen en hun betekenis. Behalve deze symbolen toont wapen de “Fleur de Lis”, de Franse lelie.
Deze bloem verwijst naar een bijzondere dynastie Frankische koningen, de Merovingers. Vorsten, die op een zijspoor werden gezet door Karolingische hofmeiers.
Over de Merovingers doen diverse verhalen de ronde.
De koningen lieten hun haren groeien, waren vervuld van wijsheid en hadden helende, genezende handen.
Oorzaak hiervan lag in hun directe afstamming van Jezus Christus. Deze was mogelijk omdat Maria Magdalena, na de kruisiging, naar Zuid-Frankrijk was gevlucht. Ze was toen zwanger en droeg het kind van Jezus.
Maria Magdalena bracht een meisje ter wereld, genaamd Sara. Zij is de stammoeder van de Merovingers en legt de basis voor de instandhouding van de bloedlijn van Jezus.
Het zijn de Merovingers, die in de 7e eeuw de Friezen onder Rollo versloegen. Vanaf dat moment is Friesland, tot de Lauwers. Merovingisch en later dus Frankiacg gebied. Karel de Grote riep eind 9e eeuw de Friezen op om Rome te heroveren en de Paus opnieuw te installeren als prelaat van de Heilige Stad. Magnus, forteman van Harlingen, gaf hier met een contingent Friese ruiterij gehoor aan. Volgens de overlevering waren het de Friezen, die toegang tot Rome forceerden. Karel de Grote, toen tot keizer gekroond, verleende Friesland de vrijheid. Zij hoefden geen andere overheerser dan Karel, en zijn opvolgers, te gehoorzamen.
Kroning tot Keizer van Karel de Grote (800)

4

zondag 15 november 2020

 DE GESCHIEDENIS VAN HARLINGEN

DE 18e en 19e EEUW
Harlingen, dat nu ook in het bezit is van Almenum (gekocht van Philips II), heeft geen geld om de havens te onderhouden. Na lang aandringen en middels een renteloos voorschot wordt de Zuiderhaven uitgebaggerd in 1782. Ook worden de sluizen vernieuwd. De arbeiders, vaak van buiten Harlingen, hebben lange en zware werkdagen en verdienen 1 gulden per dag. Het is dan ook niet vreemd, dat ze twee maal in staking gaan. Het resultaat is een verhoging van het dagloon met twee stuivers per dag. Voor handel en nijverheid braken er in de 19e eeuw slappe tijden aan. De buitenlandse handel vanuit Harlingen verminderde, wat bleef was de handel op Holland (Amsterdam) en de eilanden. Nijverheid zoals weverijen en papiermakerijen moesten sluiten. Het aantal inwoners daalde gestaag. Voor de 17e eeuw worden getallen als 18.000 genoemd; dit aantal daalde gestaag naar 7000.
De belastingen worden echter niet aangepast en in 1748 breekt er in Harlingen een oproer uit.
Itsma, burgemeester en van Issinga, gemeentesecretaris, worden gedwongen naar Leeuwarden af te reizen om bij het Provinciaal Bestuur, afschaffing van bepaalde belastingen te bepleiten.
Dit lukte en opgetogen reisde de Harlinger delegatie naar huis. In Franeker werden ze opgewacht en naar de “Bogt van Guine”, het oude Sjaardemahuis gebracht. Waar eens Hendrik van Saksen woonde en in latere jaren ook de Franse filosoof Rene Descartes. Hij was Frankrijk ontvlucht en zocht rust en veiligheid in de Nederlanden.
Franeker was hem wat te rustig en hij vertrok na een aantal maanden naar Holland.
De festiviteiten werden in Harlingen voortgezet.
Ondertekening handelsverdrag (1753). Van links naar rechts: Giuseppe Finocchiatti di Faulon, Walraven Robbert van Heeckeren, Willem Bentinck, Pieter Steyn, Pieter Mogge, Jan Daniel d' Ablaing, Wybrand van Itsma, August Leopold van Pallandt, Joost de Valcke. Op de rug: Hendrik Fagel.
Ondertekening handelsverdrag (1753). Van links naar rechts: Giuseppe Finocchiatti di Faulon, Walraven Robbert van Heeckeren, Willem Bentinck, Pieter Steyn, Pieter Mogge, Jan Daniel d' Ablaing, Wybrand van Itsma, August Leopold van Pallandt, Joost de Valcke. Op de rug: Hendrik Fagel.
Ondertekening handelsverdrag (1753). Van links naar rechts: Giuseppe Finocchiatti di Faulon, Walraven Robbert van Heeckeren, Willem Bentinck, Pieter Steyn, Pieter Mogge, Jan Daniel d' Ablaing, Wybrand van Itsma, August Leopold van Pallandt, Joost de Valcke. Op de rug: Hendrik Fagel.
Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensen en mensen op toneel
Leuk
Opmerking plaatsen