1666, RAMPJAAR VOOR TERSCHELLING
De vuurtoren Brandaris, uit 1594, was in 1666 een van de weinige overgebleven gebouwen nadat de Engelsen West-Terschelling in brand hadden gestoken.
berichten van de rand van Nederland..................................................................................................................................................................................
ATLANTIS
Vlak na het einde van de laatste ijstijd, toen gletsjers tot in de Lage Landen reikten, werd hier het landschap gevormd.
Toen de ijsmassa's zich terugtrokken en de temperatuur steeg, was er nog een enorme massa water opgeslagen in Noord-Europa, Groenland en de Noordelijke Ijszee. Dit had tot gevolg dat grote gebieden van Noord-West Europa, die nu door zee zijn bedekt, gedurende een periode van duizenden jaren droog heeft gelegen. Dat gold voor de Middellandse zee. Italie en LibiĆ« waren door een landbrug verbonden. Malta lag op loopafstand. Maar het gold zeker ook voor de Noordzee, waar “Doggerland”, een kustlijn had. Die liep van Schotland tot de Deense kust.
In dit trechtervormige gebied liepen de hedendaagse rivieren, via het Kanaal of via Doggerland naar de Atlantische oceaan.
Doggerland bestond uit grote gebieden, geschikt voor landbouw en veeteelt. Door de vele meren en rivieren waren de bewoners bedreven matrozen, Handel werd er met de hele wereld gedreven, oorlogen ook.
Behalve de ruime landerijen en weilanden, bestond Atlantis uit de hoogvlakte van Doggerland (nu de Doggersbank), met daarop centraal gelegen, de citadel, met daarboven uitrgehouwen het “Heiligste der Heiligen”. Slechts weinigen hadden het voorrecht de Tempel van Poseidon te betreden.
Maar werkelijk imponerend was de dode vulkaan, die, na eeuwen slopen en verbouwen, een integraal onderdeel was geworden van Atlantis.
Op beton kan niets groeien.
DE GESCHIEDENIS VAN DE TYPE-MACHINE
Dit apparaat heeft een geweldige invloed gehad op de communicatie, data-verzameling en de verspreiding van informatie en teksten. Vóór de uitvinding van de schrijfmachine, in de 19e eeuw, werden brieven en ook officiële documenten met de hand geschreven, vaak door klerken. Nog lang was het gebruikelijk om brieven aan het Koninklijk Huis en andere hoogwaardigheidsbekleders met de hand te schrijven. Kranten en uitgevers daarentegen accepteerden uitsluitend machinaal aangemaakte teksten. Door de introductie van de computers zijn schrijfmachines in onbruik geraakt.
Hoe het toetsenbord van de typemachine, die in de basis nog steeds dezelfde is, tot stand is gekomen, doen allerlei verhalen de ronde.
In de 19e en begin 20ste eeuw werd dit revolutionaire apparaat verkocht in winkels, maar ook door vertegenwoordigers, die van stad tot stad en van deur tot deur hun waar aan de man probeerden te brengen. Bij de verkoop hoorde een demonstratie van het apparaat aan potentieel klanten, die er beslist argwanend tegenover stonden. De fabrikant had hieraan gedacht. De eerste letterregel: QWERTYUIOP kon door de verkoper worden gebruikt om het woord TYPEWRITER te tikken. Het gebruiksgemak van de schrijfmachine was hiermee aangetoond.
BEURTVAART IN HARLINGEN door Lolke Visser
Een tak van bedrijvigheid, die nu vrijwel verdwenen is, dat was de beurtvaart. Zoals overal elders had ook Harlingen beurtschepen varen. Die gingen naar veel plaatsen in Friesland, maar ook naar Groningen en bijv. naar Steenwijk. De meest bekende beurtschepen lagen in het Franekereind. De stoomboot “Prins van Oranje I” (De Vlas) en de motorboot “Generaal de Wet” (de Jong). Beide voeren op Leeuwarden. MS. “Vertrouwen” (van Schaaf) voer op Sneek en de MS. “Concordia” (Drukker) voer op Dokkum. Deze lag aan de Oude Turfkade.
In de Franekertrekvaart lag MS. “Friesland” (Jasper); de dienst op Groningen. Ook Zwart voer op Groningen met ss. “Twee provinciĆ«n”. Andere beurtschepen lagen in onder andere de Rozengracht.
De grootste schepen waren de stoomboten van de “Rederij Stanfries”. Hun schepen voerden de namen “Stanfries I tot en met X”, maar er waren er ook met plaatsnamen, bv. “Harlingen I, Dokkum II” enz. In totaal bezat de rederij zo'n twintig boten. De “Stanfries X, die nu in Leeuwarden ligt, is niet de originele, maar een verbouwde (en verlengde) andere boot.
De “Stanfries” -boten voeren van Leeuwarden over Harlingen naar de Zaanstreek en Amsterdam. Enkelen voeren tot Rotterdam. De ligplaats in Harlingen, was in de Rommelhaven (voor het pakhuis met de (rode) leeuw in de gevel).
Er waren bij “De Vlas” ook meerdere boten, “Prins van Oranje nrs. II, III en IV”. Deze vervoerden veel zuivelproducten uit Leeuwarden naar de Engelse lijnboten in het Dok.
Aan de beurtvaart kwam naar verloop van tijd een einde, door de opkomst van de vrachtauto's. Ook de bodediensten over de weg, met paard en wagen, gingen op vrachtauto's over.
De bekendste bode met paard en wagen was wel Bouke Feikema uit Midlum. Deze heeft 52 jaar lang Harlingen – Franeker gereden. Poelsma reed met zijn auto Harlingen – Wijnaldum – Franeker. Roersma en Sipma met de auto naar Leeuwarden. Dat waren dus de “KARRIDERS”.
Zo werden goedkope sigaren ook wel genoemd. Bij het bezorgen van de vracht kregen deze mannen zo'n sigaar.
Maar terug naar het vervoer over water. Het water van het Franekereind was vroeger veel breder. In 1960 is namelijk de straatkant aan de zuidzijde breder gemaakt, ten koste van het water.
Inmiddels was het nieuwe kanaal met de Tjerk Hiddeszsluizen in gebruik genomen, zodat er geen doorgaand scheepsverkeer meer door de stad ging. Maar naarmate steeds meer bedrijven en ook particulieren auto's aanschaften, kregen de karriders en beurtschippers steeds minder te doen. De meesten verdwenen. Een enkele, zoals De Vlas, schakelde over op groot massa-transport. Ze heeft nog steeds een dienst op Terschelling.
In Leeuwarden was het met die beurtvaart en karriders natuurlijk helemaal een drukte van belang. Ook vee werd meegenomen naar de vrijdagse veemarkt. Al die levendige drukte is nu historie.
rederij STANFRIES
De Kerststal van grootvader.