maandag 21 december 2020

 

1666, RAMPJAAR VOOR TERSCHELLING

Engelse furie
Op 20 augustus 1666 is West-Terschelling tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog overvallen door een Engelse vloot.[3] De vloot stond onder leiding van admiraal Robert Holmes, vergezeld door de Hollandse deserteur de kapitein Laurentsz van Heemskerk.[3] Van Heemskerk wist dat de eilanden, waar een deel van de magazijnen van de staat en de Oost-Indische Compagnie zich bevonden,  niet in staat van paraatheid waren. Oorspronkelijk was de admiraal van plan om Vlieland aan te vallen, maar bij verhoor van krijgsgevangenen bleek dat Vlieland lang niet zo belangrijk was. De admiraal voer dus met 11 compagnieĆ«n naar de haven van West-Terschelling, die zij the town of Brandaris noemden.[3] Zij troffen nauwelijks enige weerstand van de lokale bevolking. De soldaten trokken brandschattend door het ruim duizend huizen tellende dorp, dat vrijwel geheel in de as werd gelegd. In de Engelse geschiedenis heet dit Holmes' Bonfire vernoemd naar Sir Robert Holmes. Holmes, die wist hoe gevaarlijk en moeilijk bevaarbaar de kustwateren waren, zorgde ervoor met hoog water de haven weer te verlaten, en liet de rest van het eiland voor wat het was.[3]
De vuurtoren Brandaris, uit 1594, was in 1666 een van de weinige overgebleven gebouwen nadat de Engelsen West-Terschelling in brand hadden gestoken.
Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Leuk
Opmerking plaatsen

 HINDELOOPER KOSTUUM



zondag 20 december 2020

 


ATLANTIS

Vlak na het einde van de laatste ijstijd, toen gletsjers tot in de Lage Landen reikten, werd hier het landschap gevormd.

Toen de ijsmassa's zich terugtrokken en de temperatuur steeg, was er nog een enorme massa water opgeslagen in Noord-Europa, Groenland en de Noordelijke Ijszee. Dit had tot gevolg dat grote gebieden van Noord-West Europa, die nu door zee zijn bedekt, gedurende een periode van duizenden jaren droog heeft gelegen. Dat gold voor de Middellandse zee. Italie en LibiĆ« waren door een landbrug verbonden. Malta lag op loopafstand. Maar het gold zeker ook voor de Noordzee, waar “Doggerland”, een kustlijn had. Die liep van Schotland tot de Deense kust.

In dit trechtervormige gebied liepen de hedendaagse rivieren, via het Kanaal of via Doggerland naar de Atlantische oceaan.

Doggerland bestond uit grote gebieden, geschikt voor landbouw en veeteelt. Door de vele meren en rivieren waren de bewoners bedreven matrozen, Handel werd er met de hele wereld gedreven, oorlogen ook.

Behalve de ruime landerijen en weilanden, bestond Atlantis uit de hoogvlakte van Doggerland (nu de Doggersbank), met daarop centraal gelegen, de citadel, met daarboven uitrgehouwen het “Heiligste der Heiligen”. Slechts weinigen hadden het voorrecht de Tempel van Poseidon te betreden.

Maar werkelijk imponerend was de dode vulkaan, die, na eeuwen slopen en verbouwen, een integraal onderdeel was geworden van Atlantis.



 Op beton kan niets groeien.

In luchtkastelen kun je niet wonen.
In een nachtmerrie kun je niet leven.
Zonder stilte, kun je niet spreken.
Zonder groen kun je niet ademen.
We willen leven in een stad voor jong en oud.
We willen onze stad terug en we willen er hard voor werken. Realiseren van schoonheid, groen, kleuren, reinheid, rust, veiligheid, attractief en uitdagend voor iedereen.
HARLINGEN is een unieke plek on te leven, te wonen en te werken. Een stad om in op te groeien en oud in te worden.
Die interactie en dynamiek moet weer terug komen in de stad en de dorpen.
Afbeelding kan het volgende bevatten: basketbalveld, lucht, buiten en water
Leuk
Opmerking plaatsen

zaterdag 19 december 2020

 

DE GESCHIEDENIS VAN DE TYPE-MACHINE


Dit apparaat heeft een geweldige invloed gehad op de communicatie, data-verzameling en de verspreiding van informatie en teksten. Vóór de uitvinding van de schrijfmachine, in de 19e eeuw, werden brieven en ook officiĆ«le documenten met de hand geschreven, vaak door klerken. Nog lang was het gebruikelijk om brieven aan het Koninklijk Huis en andere hoogwaardigheidsbekleders met de hand te schrijven. Kranten en uitgevers daarentegen accepteerden uitsluitend machinaal aangemaakte teksten. Door de introductie van de computers zijn schrijfmachines in onbruik geraakt.

Hoe het toetsenbord van de typemachine, die in de basis nog steeds dezelfde is, tot stand is gekomen, doen allerlei verhalen de ronde.

In de 19e en begin 20ste eeuw werd dit revolutionaire apparaat verkocht in winkels, maar ook door vertegenwoordigers, die van stad tot stad en van deur tot deur hun waar aan de man probeerden te brengen. Bij de verkoop hoorde een demonstratie van het apparaat aan potentieel klanten, die er beslist argwanend tegenover stonden. De fabrikant had hieraan gedacht. De eerste letterregel: QWERTYUIOP kon door de verkoper worden gebruikt om het woord TYPEWRITER te tikken. Het gebruiksgemak van de schrijfmachine was hiermee aangetoond.

 

BEURTVAART IN HARLINGEN door Lolke Visser

Een tak van bedrijvigheid, die nu vrijwel verdwenen is, dat was de beurtvaart. Zoals overal elders had ook Harlingen beurtschepen varen. Die gingen naar veel plaatsen in Friesland, maar ook naar Groningen en bijv. naar Steenwijk. De meest bekende beurtschepen lagen in het Franekereind. De stoomboot “Prins van Oranje I” (De Vlas) en de motorboot “Generaal de Wet” (de Jong). Beide voeren op Leeuwarden. MS. “Vertrouwen” (van Schaaf) voer op Sneek en de MS. “Concordia” (Drukker) voer op Dokkum. Deze lag aan de Oude Turfkade.

In de Franekertrekvaart lag MS. “Friesland” (Jasper); de dienst op Groningen. Ook Zwart voer op Groningen met ss. “Twee provinciĆ«n”. Andere beurtschepen lagen in onder andere de Rozengracht.

De grootste schepen waren de stoomboten van de “Rederij Stanfries”. Hun schepen voerden de namen “Stanfries I tot en met X”, maar er waren er ook met plaatsnamen, bv. “Harlingen I, Dokkum II” enz. In totaal bezat de rederij zo'n twintig boten. De “Stanfries X, die nu in Leeuwarden ligt, is niet de originele, maar een verbouwde (en verlengde) andere boot.

De “Stanfries” -boten voeren van Leeuwarden over Harlingen naar de Zaanstreek en Amsterdam. Enkelen voeren tot Rotterdam. De ligplaats in Harlingen, was in de Rommelhaven (voor het pakhuis met de (rode) leeuw in de gevel).

Er waren bij “De Vlas” ook meerdere boten, “Prins van Oranje nrs. II, III en IV”. Deze vervoerden veel zuivelproducten uit Leeuwarden naar de Engelse lijnboten in het Dok.

Aan de beurtvaart kwam naar verloop van tijd een einde, door de opkomst van de vrachtauto's. Ook de bodediensten over de weg, met paard en wagen, gingen op vrachtauto's over.

De bekendste bode met paard en wagen was wel Bouke Feikema uit Midlum. Deze heeft 52 jaar lang Harlingen – Franeker gereden. Poelsma reed met zijn auto Harlingen – Wijnaldum – Franeker. Roersma en Sipma met de auto naar Leeuwarden. Dat waren dus de “KARRIDERS”.

Zo werden goedkope sigaren ook wel genoemd. Bij het bezorgen van de vracht kregen deze mannen zo'n sigaar.

Maar terug naar het vervoer over water. Het water van het Franekereind was vroeger veel breder. In 1960 is namelijk de straatkant aan de zuidzijde breder gemaakt, ten koste van het water.

Inmiddels was het nieuwe kanaal met de Tjerk Hiddeszsluizen in gebruik genomen, zodat er geen doorgaand scheepsverkeer meer door de stad ging. Maar naarmate steeds meer bedrijven en ook particulieren auto's aanschaften, kregen de karriders en beurtschippers steeds minder te doen. De meesten verdwenen. Een enkele, zoals De Vlas, schakelde over op groot massa-transport. Ze heeft nog steeds een dienst op Terschelling.

In Leeuwarden was het met die beurtvaart en karriders natuurlijk helemaal een drukte van belang. Ook vee werd meegenomen naar de vrijdagse veemarkt. Al die levendige drukte is nu historie.

rederij STANFRIES



 De Kerststal van grootvader.

Jelle drukte sien neus teugen ut raam vanne bakkerij anne Voorstraat. De etalage was vol stouwd met sĆ»kerbroden, kestkransen en marsepein. Sien maag rammelde vanne honger bij ut sien van al dat lekkes. Der was aflopen dagen veul sneeuw vallen en dat bitsje auto’s dat Harlingen riek was, bleven steken inne sneeuwhopen.
Swatte Jan de koleboer trok een sware karre deur de rulle sneeuw, holpen deur sien seuns. De skolen waren al un week sloaten om kolen te sparen maar der wudde Jelle niet blied van. Hij had nou nog meer tied om te piekeren.
Na Sinteklaas was ut bij Jelle thƻs de gewoante om de keststal op te setten. Dat deed pa, terwijl ze met sien allen, moeke, de suskes en hij sellef toekeken.
De keststal was maakt deur grootvader. Hij had beelden van Jozef, Maria en ut kientsje Jezus uutsneden en verfd. Oek de drie koningen, de herdes en de beesten waren prachtig. Elk jaar wudde de keststal op ut selfde plak opbouwd, naast de warme kachel.
Maar dit jaar was de keststal nog steeds niet opsetten en dat was oek de reden werom Jelle su piekerde en somber was.
Pa, die as 1e stuurman op un vrachtskip voer, was nog steeds niet met de boat uut Amsterdam komen. Elke dag liep hij de pier of en keek naar de skippen, die af en an voeren, maar Jelle’s pa was niet an boord. Moeke was al een paar keer bij de rederij langs weest om na vraag te doen, maar wisten oek niet veul meer te seggen dan dat pa sien skip op tied uut Rio de Janeiro vut gaan was.
Nou was ut bijna kestavend en pa had de stal nog steeds niet opsette kannen. Jelle liep de al stil wudden Voorstraat of en sloeg un steeg in die oppe Lanen uut kwam. Hier had pa jaren leden un huuske kocht. Inne steeg begon ie ineens hard te lopen en glibberend en gliedend liep hij hard de Lanen of. Hij sag al van verre, dat ur licht brandde inne voorkamer van hun huus en dat der mesen voor de deur stonnen.
Jelle skrok, sƻ der slecht nieuws weze? Hij begon nog harder te lopen. Sonder wat te seggen duwde hij buurman Honnema anne kant en vloog naar binnen. Ut eerste wat ie sag was dat de keststal naast de kachel ston. Jelle tumelde de kamer in en der sat sien pa in sien gebrƻkelukke stoel. Sien plunjesak lei nog oppe grond met sien jas er boven op. Jelle schreeuwde ut uut en sprong boven op sien vader. De stoel wankelde en pa wist nog maar net sien evenwicht te houwen.
“Su seun”, sei de seeman “Wat bin ik blied dei te sien!” Jelle duwde sien gesicht diep in sien vaders beerd, die rook naar sout en tabak.
Ut huuske anne Lanen vulde sich met buren en bekenden. Moeke stuurde Jelle sien suske naar de winkel om chokelademelk te halen. Ut huuske puulde uut en iedereen was blied. Alle Harlinger seelui waren dit jaar heelhuuds thuuskomen. Wie er met singen van kestliedjes is begonnen vetelt deze geskiedenis niet, maar de treksak was van Blauwe Kees die op elk feesje te fienen was. Pas toen ut klokje van gehoorsaamheid tien vur tien sloeg, liep ut huuske leeg.
Jelle , die eigeluk al lang inne bedstee legge mutten had, sat de hele avend dicht bij de keststal. Ut gesang fan vrolukheid vergetend, staarde hij naar de beeldsjes inne stal.
Grootvader had wat an ut traditionele kest-tafereel toevoegd. Anne voeten van Jezus lag un jonge herdeshȏn. Dat was Syt, de hȏn van opa, maar die waren jaren leden al overleden.
Jelle was su met sien gedachten bezig, dat ie niet sag dat pa en moeke gearmd voor het raam stonnen. Oek hoorde hij niet dat moeke vroeg wanneer pa weer naar see moest.
“Over drie dagen mut ik weer naar Amsterdam. Dan binne we klaar met laden “
Hij drukte sien vrouw teugen hem an “Ik bring onze seun wel even naar boven” De tranen in hur ogen sag hij niet toen hij Jelle optilde, op sien schouder lei en de trap op klom.
Inne besneeuwde stad begonnen de kestklokken te lƻden.
Afbeelding kan het volgende bevatten: boom, lucht, tafel en buiten, de tekst 'CEC BON'
35
8 opmerkingen
Leuk
Opmerking plaatsen